top of page
Moderne architectonische details passend bij juridische specialisatiepagina Clavix

Ontbinding van de aannemingsovereenkomst


Wanneer bij aanneming van werk sprake is van ernstige of aanhoudende tekortkomingen, kan ontbinding van de aannemingsovereenkomst aan de orde komen. Ontbinding is een ingrijpend rechtsmiddel dat ertoe leidt dat de overeenkomst geheel of gedeeltelijk wordt beëindigd en partijen worden bevrijd van hun verbintenissen voor de toekomst.


Ontbinding vormt geen uitgangspunt, maar een ultimum remedium. Binnen het systeem van het verbintenissenrecht geldt dat eerst wordt gekeken naar nakoming en herstel. Pas indien deze mogelijkheden zijn uitgeput of niet langer van de opdrachtgever kunnen worden gevergd, komt ontbinding in beeld.


Deze pagina bespreekt het juridische kader van ontbinding bij aanneming van werk en de plaats daarvan binnen bouwgeschillen.


Deze pagina maakt onderdeel uit van het bredere juridische kader van de aanneming van werk en bouwgeschillen, waarin ook ingebrekestelling, herstel en schadevergoeding samenkomen.


Wanneer kan de aannemingsovereenkomst worden ontbonden?

Ontbinding is slechts mogelijk indien aan een aantal cumulatieve voorwaarden is voldaan. In de kern gaat het om:

  • het bestaan van een tekortkoming;

  • toerekenbaarheid aan de aannemer;

  • het intreden van verzuim (tenzij een uitzondering geldt);

  • de ernst van de tekortkoming.


De beoordeling is steeds afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval.


1. Tekortkoming als grondslag voor ontbinding


1.1 Vereiste van een tekortkoming

Ontbinding van de aannemingsovereenkomst is alleen mogelijk indien sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Dat kan onder meer het geval zijn bij:

  • ondeugdelijke uitvoering van het werk;

  • het uitblijven van herstel;

  • niet-tijdige oplevering.


Niet iedere tekortkoming rechtvaardigt ontbinding. De ernst en betekenis van de tekortkoming zijn doorslaggevend.


1.2 Toerekenbaarheid aan de aannemer

Voor ontbinding is in beginsel vereist dat de tekortkoming aan de aannemer kan worden toegerekend. Indien het gebrek zijn oorzaak vindt in omstandigheden die voor rekening van de opdrachtgever komen, kan ontbinding niet zonder meer worden ingeroepen.


2. Verzuim en ingebrekestelling


2.1 Verzuim als voorwaarde voor ontbinding

In de meeste gevallen is verzuim van de aannemer vereist om tot ontbinding te kunnen overgaan. Verzuim treedt doorgaans pas in na een geldige ingebrekestelling waarin een redelijke termijn voor nakoming of herstel is gesteld.


Het vereiste van verzuim onderstreept dat ontbinding pas aan de orde is nadat de aannemer daadwerkelijk de gelegenheid heeft gehad om alsnog na te komen.


2.2 Uitzonderingen op het ingebrekestellingsvereiste

In uitzonderlijke situaties kan ontbinding mogelijk zijn zonder voorafgaande ingebrekestelling, bijvoorbeeld indien:


  • nakoming blijvend onmogelijk is;

  • de aannemer ondubbelzinnig heeft aangegeven niet te zullen nakomen;

  • een fatale termijn is overschreden.


Deze uitzonderingen worden in de rechtspraak terughoudend toegepast.


3. Ernst van de tekortkoming

Ontbinding is slechts gerechtvaardigd indien de tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt. Daarbij wordt onder meer gekeken naar:

  • de aard van de overeenkomst;

  • de aard en omvang van de gebreken;

  • de gevolgen van de tekortkoming voor de opdrachtgever.


Bij aanneming van werk speelt bovendien een rol of herstel nog mogelijk en redelijk is, dan wel of voortzetting van de overeenkomst niet langer van de opdrachtgever kan worden gevergd.


4. Gehele en gedeeltelijke ontbinding


4.1 Gehele ontbinding

Bij gehele ontbinding wordt de aannemingsovereenkomst volledig beëindigd. Dit ligt met name voor de hand indien het werk in essentie ondeugdelijk is of niet bruikbaar kan worden gemaakt.


4.2 Gedeeltelijke ontbinding

In sommige gevallen kan worden volstaan met gedeeltelijke ontbinding, bijvoorbeeld indien slechts een afgebakend deel van het werk gebrekkig is. Gedeeltelijke ontbinding vereist een zorgvuldige afbakening van het ontbonden en het in stand gebleven deel van de overeenkomst.


5. Gevolgen van ontbinding


5.1 Bevrijding van verbintenissen

Door ontbinding worden partijen bevrijd van hun verbintenissen voor zover deze nog niet zijn nagekomen. De overeenkomst wordt daarmee voor de toekomst beëindigd.


5.2 Ongedaanmaking en verrekening

Ontbinding kan leiden tot ongedaanmakingsverplichtingen. Bij aanneming van werk roept dit specifieke vragen op, met name wanneer het werk al geheel of gedeeltelijk is uitgevoerd.


De wijze waarop ongedaanmaking en verrekening plaatsvinden, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.


6. Ontbinding en schadevergoeding

Ontbinding sluit schadevergoeding niet uit. In de praktijk worden deze rechtsmiddelen vaak gecombineerd. Voor schadevergoeding gelden echter zelfstandige vereisten, zoals causaliteit en toerekenbaarheid.


De samenloop van ontbinding en schadevergoeding vergt een zorgvuldige juridische beoordeling.


7. Praktijk en rechtspraak


Casus 1 – Ontbinding na uitblijven van herstel

Na een geldige ingebrekestelling met een redelijke hersteltermijn blijft herstel uit.


De ontbinding wordt gerechtvaardigd geacht. Vaststaat dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming en ingetreden verzuim.

Deze situatie illustreert ontbinding als ultimum remedium na het uitblijven van herstel.


Casus 2 – Ontbinding afgewezen wegens onvoldoende ernst

De opdrachtgever ontbindt zonder de aannemer eerst de gelegenheid tot herstel te bieden.


De ontbinding wordt afgewezen. De tekortkomingen zijn onvoldoende ernstig.

Niet iedere tekortkoming rechtvaardigt ontbinding.


Casus 3 – Gedeeltelijke ontbinding

Slechts een afgebakend deel van het werk blijkt ondeugdelijk.


De overeenkomst wordt gedeeltelijk ontbonden.

Deze casus laat zien dat ontbinding niet altijd allesomvattend hoeft te zijn.


8. Wanneer is ontbinding juridisch gerechtvaardigd? (beslisstructuur)

Stap 1 – Is sprake van een tekortkoming?

Zonder tekortkoming is ontbinding niet mogelijk.


Stap 2 – Is de tekortkoming toerekenbaar aan de aannemer?

Ontbinding vereist in beginsel toerekenbaarheid.


Stap 3 – Is verzuim ingetreden?

Zonder verzuim is ontbinding in de regel niet mogelijk, tenzij een uitzondering geldt.


Stap 4 – Is een uitzondering op het ingebrekestellingsvereiste van toepassing?

Deze uitzonderingen worden terughoudend toegepast.


Stap 5 – Is de tekortkoming voldoende ernstig?

Ontbinding is slechts gerechtvaardigd bij tekortkomingen van voldoende gewicht.


Stap 6 – Is gehele of gedeeltelijke ontbinding aangewezen?

Niet in alle gevallen is gehele ontbinding passend.


Stap 7 – Wat zijn de gevolgen van ontbinding?

Ontbinding brengt eigen rechtsgevolgen met zich mee.


9. Plaats binnen Cluster 3: rechtsmiddelen bij aanneming van werk

Ontbinding vormt het zwaarste rechtsmiddel binnen de rechtsmiddelen bij aanneming van werk. Zij volgt in de regel op een ingebrekestelling en het uitblijven van herstel en staat in nauwe samenhang met:


ingebrekestelling bij aanneming van werk;

herstelplicht van de aannemer;

schadevergoeding bij bouwgeschillen;

opschorting en verrekening.


Tot slot

Ontbinding van de aannemingsovereenkomst is een ingrijpend rechtsmiddel met verstrekkende gevolgen. Of ontbinding juridisch mogelijk en gerechtvaardigd is, hangt af van de ernst van de tekortkoming, het voorafgaande verloop van het geschil en de vraag of lichtere rechtsmiddelen zijn benut of nog benut hadden kunnen worden.


In de praktijk blijkt regelmatig dat ontbinding te snel of onjuist wordt ingeroepen, met het risico dat de ontbinding geen stand houdt en de opdrachtgever zelf in een kwetsbare positie terechtkomt. Een zorgvuldige juridische beoordeling is daarom essentieel.

bottom of page